Tomateninfo:

 

 

De tomatenplant is een eenjarig klimmende plant met een trosvormige bloeiwijze. Deze planten behoren tot de familie van de nachtschadigen zoals ook de aardappel, paprika, Brugmansia of engelentrompet. De tomatenplant is een warmteminnende en gulzige plant wat de bemesting betreft.

U hoort soms wel eens spreken over heirloom soorten. Dit zijn tomaten die reeds eeuwen oud al zijn en nog steeds op grote schaal geteeld worden.

 

 

ZAAIEN:

Vanaf februari kan je al van start gaan met zaaien. Tomatenplantjes hebben licht nodig om goed te kunnen kiemen. Is er te weinig licht, dan krijg je al snel hoge en tere plantjes. Plaats de zaailingen op een warme, lichtrijke plaats. Bvb een vensterbank of gebruik een propagator met verlichting. Indien je over deze laatste beschikt, kan je nog vroeger zaaien. Wil je direct in de serre of kas gaan zaaien, doe dit dan rond eind maart / begin april.

De kiemtemperatuur bedraagt tussen de 18 en 25°c. De zaden gaan (in aantal dagen) sneller kiemen bij 25°c dan 18°c. Belangrijk is dat de zaaigrond op temperatuur en vochtig is. Strooi de zaden uit en bedek met een fijn laagje zaaigrond zodat de zaden op de gewenste zaaidiepte liggen. Benevel opnieuw.

Houd de zaaigrond na het zaaien steeds vochtig. Je kan het zaaibakje afdekken met huishoudfolie of deksel. Deze verwijder je best vanaf de zaden kiemen.

De kiemduur bedraagt tussen de 3 en 10 dagen.

 

Bij weinig licht is het beter de temperatuur niet te hoog te laten oplopen. Rek of “fileren” zoals vakmensen dit noemen wordt wordt veroorzaakt door te hoge temperatuur, te weinig licht en/of te dicht op elkaar staan. Hierdoor vallen de plantjes om.

Ook zullen de plantjes zich rekken naar het licht toe als er niet van alle kanten even veel licht komt. Zoals bij een raam binnenshuis. Je zal het zaaibakje om de paar dagen best omdraaien om te schuin groeien te vermijden.

 

 

VERSPENEN:

 

Wanneer aan de kiemplantjes de eerste 2 echte blaadjes verschijnen, mag er verspeend worden. Staan deze verder uit elkaar dan mag u daarmee nog wachten. Met verspenen wordt bedoeld het overzetten van de plantjes in een potje. Het doel hiervan is het verkrijgen van een sterker wortelgestel.

Gebruik een goede en vochtige potgrond. Begiet de potgrond alvorens te verspenen.

Haal voorzichtig een kluitje met plantjes uit de zaaibak. Doe dit door met een plat stokje de plantjes op te lichten en daarna een deeltje daarvan los te maken. Zeker als er dicht gezaaid werd moet je niet proberen om één plantje afzonderlijk uit de zaaikist te halen. Maak daarna de plantjes voorzichtig los van elkaar.

Neem de plantjes vast bij de kiemblaadjes. Laat ze zakken tot de kiemblaadjes nog één of twee centimeter boven de grond uitkomen en druk dan het gaatje voorzichtig dicht.

Geef daarna nog ieder potje een scheutje water, vooral om het verspeengaatje dicht te maken. Plaats de plantjes de eerste twee dagen in de schaduw en laat ze daarna geleidelijk gewoon worden aan de zon. Bij een felle dag de eerste dagen na het verspenen dekken we de plantjes best af met krantenpapier. Vooral de eerste dagen kunnen enkele plantjes tijdens het warmste deel van de dag lichtjes verwelken. Staan ze ’s morgens weer fris, dan is er niets aan de hand.

Plaats de plantjes de week na het verspenen ook niet te koud. Dit kan desnoods nog een tijdje bij het raam. Na een week staan de potjes beter in de kas, zoniet lijden ze onder het lichtgebrek. (fileren en scheef naar het licht groeien)

Een temperatuur van 18 – 20°c is nu aanbevolen.

 

 

OPKWEKEN - AFHARDEN:

 

Lange, opgeschoten (fileren) plantjes is de oorzaak van te warm en te weinig licht. Zet deze plantjes op een koudere, lichte plaats. De temperatuur mag dalen tot 15°c of minder. Beperk de watergift, zo remmen we het groeiproces.

Eens de tomatenplanten de eerste 2 echte bladeren hebben geven we best eens wat vloeibare meststof.

Wij kweken onze tomaten op in een koude serre (vorstvrij). Hierdoor kweken we stevigere planten waardoor ze geen temperatuurschok krijgen, die kan leiden tot groeiachterstand of stress, wanneer u deze bij u plant in de serre of openlucht.

 

 

PLANTEN:

Iedereen kweekt zijn tomatenplanten anders. Wij doen het als volgt:

Maak je plantgat iets dieper dan de pot van de plant. Strooi een beetje gedroogde meststof in het plantgat. Bedek de meststof met een beetje aarde en plaats hierop de tomatenplant. Het kan geen kwaad als de plant dieper in het plantgat staat. Een tomatenplant maakt overal wortels aan op de stengels.

Druk de grond aan en geef water.

Zet een stok aan de plant of maak deze vast met touwen zodat de tomatenplant in de groei niet omvalt.

 

 

BLOEMEN:

 

Na het zevende blad zal de eerste bloemtros verschijnen. Daarna komt om de drie bladeren een nieuwe bloemtros. Tomaten zijn zelfbestuivend. Het stuifmeel dat loskomt van de meeldraden blijft kleven aan de stamper van dezelfde bloem. Stuifmeel losmaken kan kan door te tikken tegen de bloemtros rond de middag. 's Morgens  is het stuifmeel nog te vochtig en komt het niet los van de meeldraden. Op een warme dag in de namiddag zal het stuifmeel wel loskomen, maar blijft niet kleven aan de stamper van de bloem omdat  die ondertussen te droog geworden is. Om de andere dag trillen is voldoende.

 

 

 DIEVEN:

Tomaten dieven is niet echt noodzakelijk maar wordt wel gedaan omdat men dan mooie rechtopgaande planten krijgt en dikkere tomaten. Doet U dat niet dan krijg je zeer vertakte  planten die helemaal door elkaar woekeren waardoor er te weinig luchtcirculatie mogelijk is.

Een belangrijk en omvangrijk werk is het uitbreken van de dieven. Om rechte en regelmatige planten te bekomen is het nodig deze okselscheuten of dieven uit te breken. Dit zijn scheuten die tussen de stam en de bladstengel groeit.

 

ga je als volgt tewerk: 

Stap 1: Kijken in de oksels waar de nieuwe scheuten (dieven) zich bevinden

Stap 2: De dief tussen duim en wijsvinger nemen : U neemt een zijscheut (dief ) en plooit, scheurt die naar linker- of rechterkant. Let wel! niet met een mes want zo brengt u ziektes over van plant tot plant.

 

 

BLADSNIJDEN:

 

Om de vruchten beter te kunnen rijpen en meer sap in de vruchten te hebben is het aangeraden om bladeren van de plant te snijden.

Snij telkens bladeren weg tot aan de volgende rijpende tros tomaten.

 

 

BARSTEN OF SCHEUREN:

 

Cirkelvormige scheuren, bovenaan het kroontje, ontstaan als de tomaten in jong (groen) stadium iedere dag volop in de zon hangen en een te hoge EC aan de wortels op het moment van zetting van de vrucht. De vruchthuid wordt dan vrij stug. Als de tomaat verder groeit rekt de vruchthuid niet meer goed mee. Hierdoor ontstaan barsten. Als de vrucht vrij veel in één keer gaat zwellen zal dit nog meer voorkomen. Bij een plotse weersovergang van zonnig en warm weer naar bewolkt en koeler weer zal de sapstroom nog een tijdje blijven doorgaan. Maar de bladeren kunnen niet voldoende verdampen. Een deel van de sapstroom wordt in de vruchten geperst waardoor de vrucht barst.

Rijpe vruchten die langs de zijkant verticaal barsten komt doordat de planten een teveel aan water krijgen.

De plant zuigt al het water dat aan zijn wortels staat op maar kan het niet gebruiken voor zijn (vegetatieve) groei en duwt het dan maar naar de vruchten waardoor deze uiteindelijk barsten.

Dit komt vooral voor bij een bewolkte dag en bij buitenteelt wanneer het veel regent.

Voor buiten een bescherming van de planten tegen de regen kan een hulpmiddel zijn.

Voor binnen de begieting aanpassen naargelang het weer.

 

Stervormige barsten komen als de planten na een te lange droogte plotseling teveel water krijgen.

 

 

AFBREKEN:

 

Doordat sommige vruchten (bvb Coeur de Boeuf) zeer groot(dik) en zwaar worden kan je best de kleine bloemen aan het uiteinde van de tros verwijderen. Zodat je een viertal bloemen overhoud.

Doe je dit niet dan zal door het grote gewicht de tros gaan afhangen en afscheuren.

Dit kan een wonde veroorzaken aan de stam en kunnen ziektes in de plant komen.

 

SCHIMMEL:

 

Om schimmelziektes (plaag) te voorkomen is een goede verluchting aan te raden. Hou de venster(s) en deur(en) van de serre dag en nacht open en geef water in de ochtend, zodat dit opgenomen is tegen de avond. Het is een fabeltje te denken hoe warmer het is hoe sneller planten gaan groeien of vruchten gaan rijpen. Van temperaturen boven 30°C of te grote schommelingen in temperaturen krijgen planten stress. Hierdoor kan de groei vertragen tot stoppen en kunnen vruchten afgestoten worden.

 

 

 

 

Wij wensen u veel succes met de teelt van uw tomaten.